Welkom

De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap aan het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet een gemeenschap aan het lichaam van Christus? (1 Korinthe 10:16)
Heil de armen die niets bij zichzelf vinden, maar het ook niet bij zichzelf zoeken. Alleen bij God, Die rijk is in genade. Moet eerst de genezing aanwezig zijn, en dan de Medicijnmeester? Eerst de kentekenen van ware genade en dan de genade? De duivel en het bange geweten willen graag de fundamenten van de aarde en de hemel omkeren, maar ik zeg: Eerst de Medicijnmeester met de balsem van Gilead en aan Hem de wonden en de schande getoond, en dan de genezing. Eerst de genade en dan de kentekenen, en die kentekenen niet in ons gezocht, maar in de open littekenen van de Heere, waarin Thomas haar vond. Brengen wij Christus mee en leunen wij op Hem voor Gods aangezicht, dan zijn wij aangenaam, zoals Jozefs broeders, toen zij Benjamin meebrachten. Dan zullen wij voor de Heilige God niet leeg verschijnen, maar doen naar Zijn bevel, zoals Hij wil dat wij naderen zullen. Voor het overige mogen wij met lege handen komen, en doen zoals de arme vrouw die aan bloedvloeiing leed en al haar vermogen aan de dokters ten koste had gelegd. Toen zij ten einde raad was en van alle andere hulp moest afzien, toen waagde zij het, hoewel de wet haar veroordeelde, en ze greep de zoom van het kleed van Christus aan. Doe gij ook alzo.
En is het dat men zijn hart zo leeg vindt, zichzelf zo ijskoud. Men moet begrijpen: wie koud is, moet bij de warme haard. En men komt het best leeg tot Hem, Die alles alleen vervult. Als men zich voelt als een dode, dan kan Hij wel levend maken. Wij brengen in ons niet vooraf leven voort, maar Hij wekt de doden op door Zijn stem. Ook verwekken wij in onszelf geen ware heilsbegeerte, zolang wij niet tot Hem komen.
Zoekt dan niet de Levende bij de doden. Niet bij ons zullen wij Hem zoeken, maar van ons uit en voort, en al zouden we ook lam zijn, voort! En al was het ook gekropen: Tot de Koning heen! Hij spreekt zalig die zich rampzalig voelt. Hij geeft vrede die angstig naar vrede zoekt.
Zal de vraag nog in ons opkomen of wij mogen? Eigenlijk mogen wij niet, maar hoe dan, als alle moed ontzinkt? De grond van het mogen, van de vrijheid tot het toetreden ligt alleen in de gerechtigheid des Heeren, ligt in Zijn sterkte. Laat ons deze aangrijpen. Zijn goedheid heft elk verbod van toetreding op, voor hen die anders zouden omkomen. Alles wat de wet eist, vinden we bij Hem! Wanneer dan ons hart ons aanklaagt. Laat het klagen. Laten wij onszelf aanklagen. Maar laten wij ons dit niet ontnemen, ofschoon wij dood en verlorenheid voor ogen hebben: Gods hart is groter dan ons hart. Hij weet wat op de bodem van ons hart, in het binnenste van onze ziel ligt, en als Hij ziet dat wij wegzinken voor Zijn Woord, zo wil en zal Hij Wiens troon de hemel is, en Wiens voetbank de aarde is bij ons en in ons wonen.
O, wonder van ontferming! Wat komt uit ons binnenste voort? Is daar alles niet als een onreine poel, als een moordenaarskuil? En toch, en toch, de Heilige Geest maakt ons tot Zijn tempelen, ja juist het sterfelijk lichaam maakt Hij tot Zijn tempel. Dat maakt ons gelukkiger toen Abraham was, toen hij engelen herbergde, en wist het niet. Want deze Koning komt tot armen en ellendigen, wil onze Gast zijn, brengt Zelf brood en wijn mee, en maakt ons zo rijk, zo rijk, dat Hij zelfs Zijn koninkrijk met ons deelt en ons tot erfgenamen van al Zijn goederen maakt.
Hier komt de Heere Zelf voor ons. Daar wordt het hart als het huis van Obed-Edom, hetwelk de Heere zegende, want Zijn verbondsark, Zijn genadetroon was daarin. Aan Zijn dis gaan de ogen open, als Jonathan, toen hij de honing proefde en zijn ziel weder in hem kwam. Dan verkrijgen wij een inzicht in de verbondsark, in de volbrachte wet. Dan zien wij nog andere heerlijkheid aan het lichaam van Jezus dan Jozef van Arimathea. We herkennen de Gast aan
de wijze waarop Hij het brood breekt en zien Hem, vol van genade en waarheid en drinken water uit de rotssteen die bij ons blijft in de woestijn, en het gaat ons als Mozes die het beloofde land mocht zien, staande op de Nebo, niet om dan met Mozes te sterven, maar met de belofte, dat onze Jozua ons binnen zal leiden, al moge de Jordaan dan ook vol zijn aan haar beide oevers.
H.F. Kohlbrugge

Adres kerkgebouw

Oude Rijksweg 436

7954 GV ROUVEEN

Vrijwillige bijdrage kerkradio

Vrijwillige bijdrage in de kosten voor uitzending van de kerkdiensten via internet.

Voor het live uitzenden van kerkdiensten, als...

  • © hersteld hervormde kerk 2017

Heeft u vragen over het geloof?

Open Sluit